Eten natuurlijk!

Wat mij vooral aansprak in de Zuidoost-en Oost-Aziatische landen is het belang en de kwaliteit van eten. In elke stad waar ik was waren er kleine inlooprestaurantjes waar de locals de hele dag kunnen eten voor naar Westerse maatstaven zeer betaalbare prijzen. In Hongkong heten deze restaurants cha chaan teng (theerestaurant); in Singapore zijn het de hawkers (groep van streetfoodverkopers in een open ruimte met zitplaatsen); in Bangkok zie je nog wel wat streetfoodverkopers langs de weg, solo of als een markt, maar het wordt wel steeds minder. In Chongqing bijvoorbeeld zie je de combinatie van monumentale gebouwen in combinatie met flink wat eetgelegenheden en winkeltjes voor de Chinese toeristen. In Shanghai kwam ik prachtig aangelegde lanen tegen in Franse sferen met allerlei soorten restaurants en winkeltjes met bijzondere artikelen.

En vergeet niet de grote shoppingmalls: vaak is er een foodcourt waar je tientallen verschillende keukens kunt proeven en in de luxere shoppingmalls heb je complete restaurants met bediening. Voor een paar euro heb je een smakelijk vers bereide maaltijd. De lonen zijn laag, het aanbod van eten is groot, zelf koken is vaak duurder, de werkende klasse maakt lange werkdagen, en buiten eten is een vorm van sociaal contact. De trend in de grote steden is dat er minder woonoppervlakte is voor een individu dan wij bijvoorbeeld gewend zijn; dan is het logisch dat een keuken niet vanzelfsprekend is.

Daarnaast trekt een grote stad veel ongeschoolde mensen uit de dorpen; de dienstensector is belangrijk voor de groter wordende middenklasse zoals ik die bijvoorbeeld in China heb gezien.

Next
Next

Mens en gedrag